
Op 2 november is het Allerzielen. Een dag waarop van oudsher de mensen worden herdacht die zijn overleden.
Maar wie iemand mist, heeft daar geen speciale dag voor nodig. Het gemis is er ook op een willekeurige dinsdag in maart, tijdens een verjaardag of op een avond waarop er verder niets bijzonders gebeurt.
Waarom besteden we dan toch aandacht aan Allerzielen?
Misschien omdat het dagelijks leven zo gemakkelijk alle aandacht opeist. Er moet gewerkt worden, er zijn afspraken en verplichtingen. Het leven gaat door, ook wanneer je iemand mist.
En misschien ook omdat we onszelf niet altijd de tijd gunnen om bij dat gemis stil te staan. Niet omdat we het willen wegstoppen, maar omdat er zoveel andere dingen zijn die onze aandacht vragen.
Een dag als Allerzielen nodigt uit om daar even ruimte voor te maken. Om een naam uit te spreken, een kaars aan te steken of naar muziek te luisteren die iets voor je betekent. Niet omdat het moet, maar omdat het soms goed kan zijn om bewust stil te staan bij iemand die belangrijk voor je was.
Maar Allerzielen heeft ook een andere betekenis. Op begraafplaatsen en andere herdenkingsplekken komen mensen samen. Er worden bloemen neergelegd, kaarsen aangestoken en herinneringen gedeeld. Ook in de media is er aandacht voor het herdenken van overledenen.
Zo wordt iets wat vaak heel persoonlijk is, voor even ook iets gezamenlijks. Je ontmoet mensen die ieder hun eigen verhaal en gemis met zich meedragen. Soms ontstaat er een gesprek, soms is een blik van herkenning al voldoende.
Misschien is dat wel de bijzondere waarde van Allerzielen. Niet alleen dat we bewust stilstaan bij wie we missen, maar ook dat we ervaren dat we daarin niet alleen zijn.
Liefs,
Wilma.




